“Hoog in de lucht schijnt de zon het langst”
– Mezelf
Het is oktober. Ik zit op het stenen trapje achter ons huis dat naar de tuin leidt.
Gewoon te zitten.
Hoewel, kan dat? Gewoon zitten zonder meer?
Want eigenlijk ben ik aan het kijken en ook een beetje aan het denken. Ik zit hier een paar minuutjes wanneer onze hond me komt vergezellen. Zonder iets te zeggen, komt hij naast me zitten, kijken en misschien ook wel een beetje denken – maar dat weet ik dus niet zeker.
Ik kijk naar het gras versiert met bladeren van onze grote, oude notenboom. Hier en daar zie ik ook noten die zich er tussen verstopt hebben. Het eerste jaar dat we hier woonden, zat er een eekhoorn in de tuin. Die woonde hier niet, maar wel ergens in de buurt. In de herfst kwam hij hier nootjes halen en verstoppen. De wildgroei aan notenbomen in onze tuin was daar een bewijs van – Waar is de eekhoorn gebleven? Ik kijk naar de hond en zeg ‘Jouw schuld dat die hier niet meer op bezoek durft komen’, maar hij doet alsof hij me niet hoort en blijft strak voor zich uitkijken. Hij laat de beschuldiging duidelijk niet aan zijn hart komen.
Mijn aandacht gaat naar de grote, oude notenboom. Hij ziet er minder imposant uit nu hij half kaal is – naar mijn idee is de notenboom blijkbaar een ‘hij’. In de zomer heeft hij nochtans een weelderig bladerdek. Eentje waar andere bomen in de buurt jaloers op zijn. Op warme dagen zoeken we dankbaar zijn gezelschap en koele schaduw op. Dan spelen we dat spel waarbij je ieder uur de tafels en stoelen verzet omdat de schaduw weer is opgeschoven, zonder drinken te morsen.
Ik hoor het geluid van een vliegtuig en kijk omhoog. Het is een groot passagiersvliegtuig en het vliegt laag. Zo laag dat het me bijna mogelijk lijkt om de passagiers te kunnen zien. Ik beeld me in dat het gevuld is met stilte en mensen die terugkeren van hun vakantie die weeral veel te kort was. Die dromerig uit het kleine, ronde raampje kijken. Wanneer ze straks landen is de zomer voorbij.
Ondertussen zit ik beneden in de schaduw van de avond. De buik van het vliegtuig kleurt feloranje wanneer het over mijn hoofd wegvliegt.
En dan besef ik ‘hoog in de lucht schijnt de zon het langst’
X,
Gussie
ps: de foto is deze zomer genomen toen ik de schommel voor ons zoontje ‘apenkurengewijs’ in de boom wilde hangen.
pps: als je de eekhoorn tegenkomt, doe ‘m dan de groeten.







Plaats een reactie